Russische en Slavische Studies - 1918-2018






Programma Symposium Najaar 1918: europa op de schop

3 november 2018, Universiteitstheater, Amsterdam (13-18 uur)


Op het programma staan de volgende bijdragen:

Raymond Detrez, UGent, Slavische talen en culturen - Oostenrijk-Hongarije weg: wie had mazzel en wie had pech?
Politiek-historische inleiding over de gevolgen van het uiteenvallen van de Dubbelmonarchie voor de Slavische volkeren in Centraal-Europa


Radovan Lučić en Janneke Kalsbeek, UvA Russische en Slavische Studies - De positie van de Slavische talen in Centraal-Europa voor en na 1918
Voor de Eerste Wereldoorlog was het taalgebied van het Pools verdeeld over Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. De taalgebieden van het Tsjechisch, Slowaaks en Kroatisch vielen binnen het multi-etnische Oostenrijk-Hongarije. Geen van deze talen was een nationale taal van een onafhankelijke staat. Deze situatie veranderde na de vredesonderhandelingen van 1918 radicaal. Onze presentatie zal gaan over de positie van de Centraal-Europese Slavische talen in de nieuwe onafhankelijke staten Polen, Tsjecho-Slowakije en het Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen, vergeleken met hun status vóór 1918. Er zal ook aandacht besteed worden aan standaardisatieprocessen van deze talen in het interbellum.

Arent van Nieukerken, UvA, Russische en Slavische studies 'En als het lente is, wil ik de lente zien en niet Polen' (Jan Lechoń). Poolse literatuur en onafhankelijkheid
Tussen 1795 en 1918 had Polen geen staatkundig leven en ook de rol van maatschappelijke organisaties was aan allerlei beperkingen onderhevig. Met het verlies van het zelfbeschikkingsrecht kwam ook de Poolse identiteit in het gedrang. Dit moest door de literatuur (met name de poëzie) opgevangen worden. Maar ook de literatuur in Polen zelf was, vanwege de censuur, niet geheel vrij. Deze beperkingen golden niet voor de Poolse emigratie die tijdens de 19e eeuw een belangrijke rol speelde, vooral ook op cultureel gebied. Na 1918 verdween voor de Poolse literatuur de noodzaak om niet-artistieke taken te vervullen. Dit leidde tot een literaire heroriëntatie (en een esthetische inhaalslag).

Eric Metz, UvA, Russische en Slavische studies - Al te luide stomme films? De Tsjechoslowaakse onafhankelijkheidsstrijd in de cinema van de jaren twintig
In de jaren twintig werden in de jonge Tsjechoslowaakse republiek tientallen films over de Eerste Wereldoorlog gedraaid. Naast de bekende filmsatires over de goede soldaat Švejk verschenen films over de heroïek van Tsjechische legioensoldaten die streden voor een onafhankelijke staat. Tijdens deze lezing verkennen we dit vrijwel vergeten genre, aan de hand van titels zoals Za svobodu národa (‘Voor de vrijheid van het volk’, 1920) en Za československý stát (‘Voor de Tsjechoslowaakse staat’, 1928).

Guido Snel, UvA, Europese Studies Post-Habsburg, post-Joegoslavië: de gedeelde ontheemding van nationalisme en kosmopolitisme
Deze bijdrage zal gaan over een (fictieve) ontmoeting in 1918 die een sleutelrol zal spelen in de geschiedenis van de literaire culturen van het voormalige Joegoslavië, in het verhaal ‘De brief uit 1920’ van Nobelprijswinnaar Ivo Andrić. Het verhaal kan gezien worden als evocatie van de spanning tussen de nieuwe nationale geest die vanaf 1918 vorm kreeg in de (problematische) staat 'Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen', en de meertalige literaire cultuur die het resultaat was van een dubbele imperiale erfenis, de Habsburgse en de Ottomaanse. 

Op het programma staat ook de bekendmaking van de uitslag van de met het symposium verbonden VERTAALWEDSTRIJD
(Pools-Nederlands, Tsjechisch-Nederlands en Kroatisch-Nederlands)